rocherouge

alles over onze emigratie naar Frankrijk

NL
EN
 

donderdag, 11 november 2010

Met dank aan Françoise

Twintig tips om te integreren in de Franse samenleving

Het is nacht. De volle maan is onzichtbaar achter de wolken. Ik heb het raam opengezet. De kilte van de zuid-Franse novembernacht kruipt m’n kamer binnen. Ik heb een badjas over m’n kleren aangetrokken om warm te blijven, want we hebben alleen maar verwarming in de woonkamer.

Als het donker wordt en de sterren me vervullen van geheimzinnige gedachten, dan trek ik me terug in m’n kamer. Ons huis in Espalion is groot. We hebben in ieder geval zoveel ruimte dat ik ’n kamer voor mezelf heb en ’n atelier. Het atelier is in de garage onder het huis en het is er nu te koud om er te schrijven of te schilderen. Ruud heeft er ’n oudere overtollige computer voor me neergezet met een set boxen die we van ’n vriend hebben gekregen en deze gebruik ik om mezelf te begeleiden met allerlei ritmes zodat ik kan oefenen op de doundoun of de djembé. Schrijven doe ik bij voorkeur in m’n kamer op de tweede verdieping omdat het daar warmer is. Op ’n laptop die we van diezelfde vriend hebben gekregen.

Ik heb me voorgenomen om m’n artikel te wijden aan de integratie. De integratie van een emigrant in Frankrijk, want na vier jaar leven in Frankrijk kan ik daar inmiddels veel over vertellen. Ik weet ook dat ik nog steeds onderweg ben en dat er nog veel kan gebeuren. Maar ik zal de situatie beschrijven zoals die op dit moment is in mijn ontdekkingsreis in een land dat het mijne niet is. Of was.

Voor degenen die onverhoeds in dit artikel vallen zal ik me even voorstellen. Ik ben Maartje, 52 jaar jong en woon met man Ruud en twee kinderen van 8 en 11 sinds vier jaar in Frankrijk. We verdienen de kost met boeken schrijven voor de Consumentenbond in Nederland en het ontwerpen van websites. Dit laatste is het domein van Ruud en hij doet ‘t geweldig. Mijn hobby’s zijn de djembé en de doundoun - Afrikaanse drums - en in een jaar tijd heb ik me opgetrommeld tot het niveau van een gevorderde (avancé) zodat ik tegenwoordig avond aan avond speel. Ik begeleid groepen cursisten van alle niveaus, ik speel met een paar andere spelers bij Afrikaanse dansgroepen en sinds kort speel ik mee bij optredens. Ofwel, ik verkeer vrijwel permanent in het percussieparadijs tussen de Fransen.

 

Er wordt in Nederland veel gesproken over integratie of het gebrek aan wil daartoe bij allochtone bevolkingsgroepen. Maar hoe zit ’t eigenlijk met de integratie van allochtone Nederlanders in Frankrijk? Veel emigranten verkondigen in Nederland dat ‘ze goede vrienden hebben onder Fransen’ maar ‘n goede relatie met de buurman die zich beperkt tot gebrekkige conversaties en het over en weer uitwisselen van groente en fruit is slechts het begin van een lange weg naar integratie.

Voor zover ik kan zien zijn er twee soorten emigranten: renteniers en pioniers. De tweede groep (waartoe ook ik gerekend word) wordt door de eerste op bepaalde forums nogal eens neergezet als ’n stel naïevelingen met weinig realiteitszin. Maar de realiteit is dat de pioniers in hun moeizame strijd naar een bestaan in Frankrijk veelal deel uitmaken van de werkende klasse en dus integreren.

Ik beleef de integratie in de Franse samenleving als een weg vol met valkuilen en je moet van goeden huize komen om er niet minstens een paar keer in te vallen. Ik wil hiermee zeggen dat ik niet aan de zijlijn sta om iedereen bevoogdend toe te spreken, ik ben immers ook een Nederlandse emigrant en ik heb veel fouten gemaakt en dat doe ik nog. Maar om de weg voor iedereen wat makkelijker te maken wil ik in ieder geval mijn ervaringen delen.

Ten eerste, bij veel Nederlandse emigranten zie ik een stereotiep gedrag dat desastreus is voor hun relatie met de Fransen, ook al denken ze zelf van niet. Ze realiseren zich onvoldoende wat hun plaats is in het kippenhok. Nederland mag dan een land van vrijgevochten en geseculariseerde individualisten zijn, maar het grootste deel van Frankrijk is dat niet en je maakt hoe dan ook deel uit van een gemeenschap waarin de verhoudingen complexer liggen dan in Nederland.

Het stereotype beeld dat de Fransen van de emigrant hebben, is dat deze komt uit egoïstische overwegingen. De Fransen denken dat je hier bent om te profiteren van de geneugten en daar niets voor terug wilt geven. Het komt me bekend voor, ditzelfde beeld hebben namelijk veel Nederlanders van vreemdelingen die in Nederland neerstrijken. Je krijgt als emigrant nu eenmaal een label opgeplakt en je zult je harder moeten inzetten dan je hoopte om aan dat beeld te ontsnappen, vooral ook omdat teveel emigranten volhardend het negatieve beeld bevestigen.

De meeste problemen met de Fransen ontstaan niet in de eerste plaats door een slechte taalbeheersing maar door de directe en ongecompliceerde benadering van Nederlanders naar de Fransen. De eeuwig calculerende houding van Nederlanders in een samenleving waar zaken nu juist in beginsel niet om geld draaien maar om sociaal gedrag veroorzaakt enorm veel problemen en misverstanden. Fransen zijn heel sociaal en doen geen zaken voordat er over eten en het leven wordt gekeuveld en je kunt op je kop gaan staan, maar wie die regel niet consequent volgt, belandt van het ene probleem in het andere.

Het is jammer dat sommige Nederlanders zo hardvochtig hun gelijk proberen te halen en zich totaal geen rekenschap geven van de gevolgen hiervan. Niet alleen wordt voor de Fransen hierdoor het stereotype beeld van de emigrant bevestigd, maar ook maak je dingen kapot die niet meer te herstellen zijn. De gemeenschappen in Frankrijk zijn vaak klein en plattelands. Iedereen kent elkaar en een emigrant die mot maakt heeft niet alleen ruzie met de persoon in kwestie maar met de hele gemeenschap. Ze zeggen je misschien vriendelijk gedag, want de beleefdheid gaat voor alles, maar je krijgt niets meer voor elkaar en het leven wordt alleen maar moeilijker.

Ik wil de mensen die naar Frankrijk emigreren een paar tips geven. Positieve tips. De Franse ambassadeur in Nederland mag dan beweren dat ’t allemaal wel meevalt, maar ik weet dat dit niet waar is. Want hoe dicht staan een Hollandse melkkoe en een vleeskoe uit de Aubrac bij elkaar? Het zijn beide koeien maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik wil overigens niets afdoen aan de Hollandse koeien die mij zo lief zijn, maar ik bedoel maar.

1. Hou je in. Het allergrootste verschil tussen een Nederlander en een Fransman is de directheid van de ene en de indirectheid van de andere. Zolang je nog onvoldoende bekend bent met de gebruiken blijf dan altijd beleefd, maak geen ruzie over pietluttigheden en probeer niet op alles af te pingelen. Doe je dit wel dan gedraag je je als ’n Hollandse toerist (putain les hollandais!) en zul je ook als zodanig behandeld worden.

2. Sommige emigranten beweren dat zwartwerken in Frankrijk eenvoudig en algemeen geaccepteerd is. Dat kan best zo zijn, maar het veelgeprezen handjeklap onder de tafel is een gevaarlijk spel dat je uiteindelijk veel geld, gezichtsverlies en ergernis kan kosten. Niet alleen belazer je de Franse fiscus - en als ze willen dan weten ze je te vinden - maar als er iets misgaat (en er gaat al zoveel mis) dan heb je geen poot om op te staan.

3. Toon respect. Het lijkt zo simpel, maar sommige Nederlanders hebben de gewoonte om voortdurend te kankeren, te klagen en op allerlei futiliteiten kritiek te hebben. Zet die vervelende gewoonte opzij en het leven wordt ineens veel leuker.

4. Leer de taal. In het begin zal iedereen je complimenteren: ‘vous parlez bien français’, maar na verloop van tijd verwacht de omgeving dat je vorderingen maakt en dat je aan conversaties kunt deelnemen. Ook al doe je nog zo je best, de complimenten zullen achterwege blijven en de Fransen zullen je corrigeren wanneer je fouten maakt. Dat is helemaal niet erg want er wordt nu eenmaal van je verwacht dat je na een tijdje behoorlijk Frans spreekt.

5. Toon je goodwill, geef iets aan de gemeenschap. Geld, als je het hebt, werk voor de lokale arbeiders, maar beter nog is je te mengen in sociale activiteiten. Sluit je aan bij ’n club, ga vrijwilligerswerk doen, help mee bij het knopen van schapenmagen ook al ben je vegetariër, help mee bij het buurtfeest en klaag alleen maar over ’t weer, de regering en de bureaucratie, maar zet alsjeblieft je Nederlandse achterdocht opzij en toon vertrouwen, ook al vind je dat volledig ongegrond.

6. Eet, feest en geniet! Zit niet met ’n Hollands pruillipje in een hoekje te wachten tot je eindelijk naar huis mag. Fransen houden van feesten, ze vinden het heerlijk om bij elkaar te zitten aan lange tafels en te eten, lachen, dansen en te feesten tot diep in de nacht. Samen. O ja, en de drank. Inderdaad, veel Fransen drinken. Heel slecht ja, maar gezellig. Toon interesse in het eten. Eten is heel belangrijk, Fransen hebben een enorm ontwikkelde smaak en eten en erover praten is voor hun een feest. Wie over eten praat en er allerlei details over kan geven maakt een goede beurt. Ikzelf ben overigens niet zo’n expert op eetgebied, maar het zou de conversaties wel makkelijker maken.

7. Neem deel aan conversaties. Als je met Fransen bent duik dan niet weg in een eindeloze privéconversatie met je tafelgenoot. Fransen zijn enorm sociaal en verwachten van je dat je deelneemt aan een gesprek, ze betrekken jou bij een gezelschap en verwachten van jou dat je interesse in hen toont, op wat voor manier dan ook.

8. Hou je kinderen koest als ze aan tafel zitten, hetzij in een gezelschap of in een restaurant. Nederlandse kinderen zijn luidruchtig en vragen constant om aandacht en Fransen hebben daar ’n bloedhekel aan. Zorg dat ze zich gedragen, dat is helemaal niet zielig en bovendien sleep je het mooiste compliment in de wacht: vos enfants sont bien élevés.

9. Ben je ergens goed in iets dan kun je rekenen op applaus. Vakmanschap op welk gebied dan ook wordt in Frankrijk enorm op prijs gesteld.

10. Evenals te direct gerichte kritiek hebben Fransen moeite met complimenten die te direct op de persoon gericht worden, het maakt ze zo verlegen dat ze zich geen raad meer weten. In ieder geval kun je ’n compliment of ’n persoonlijke boodschap beter onder vier ogen maken dan in het bijzijn van anderen.

11. Het feit dat je emigrant bent met vreemde gewoontes heeft ook veel charme. Daardoor wordt je veel vergeven. Ik kan mezelf niet veranderen en ik blijf een Nederlandse, hoe je ’t ook wendt of keert. M’n Hollandse spontaniteit en directheid veroorzaken in groepen regelmatig veel hilariteit en gelach, dat is leuk, maar het aantal keren dat ik achteraf dacht: ‘wat heb ik nu weer gezegd of gedaan’ is niet meer te tellen. Hoe dan ook, ik zal ermee moeten leren leven… de Fransen ook trouwens ;)

12. Trek je niet terug in allerlei vriendenclubjes met Nederlanders of Engelsen. Er is niets op tegen om Nederlandse of Engelse vrienden te hebben, sterker nog, het is reuze prettig om jezelf te kunnen zijn zonder cultuur- of taalbarrières. Maar het is niet verstandig om jezelf terug te trekken in deze groepen. Zoals ik al zei, meng je onder de Fransen, op wat voor manier dan ook. Misschien ga je af als ’n gieter maar met ’n open geest kun je overal vrienden maken.

13. Fransen zijn perfectionisten. Dat leren ze al van jongs af aan en ik kan ’t weten want mijn kinderen gaan hier naar school. Ze zijn enorm bang om iets fout te doen of niet volgens de voorgeschreven paden. Weet dat je Hollandse spontaniteit en het vermogen om je fouten te relativeren een enorm voordeel is op tal van gebieden. Je leert de taal makkelijker en je maakt makkelijker contacten.

14. Zoenen (se faire la bise of in de Aveyron embrasser). Veel Fransen geven je drie zoenen bij welkomst en soms ook bij het afscheid. Mannen geven elkaar meestal een hand, maar soms ook zoenen ze. Het is moeilijk te zeggen wat je moet doen. In ieder geval is ’t zo dat mensen die je goed kent rekenen op drie zoenen - minder of meer, dit hangt af van het gebied waar je woont - waar je ook bent en wat je ook doet. Zijn mensen nog niet zo dik met je laat je dan gewoon leiden door de persoon kwestie. De een zal zoenen, de ander niet.

15. Tutoyeren. Op school leer je dat een Fransman in beginsel altijd, maar dan ook altijd met vous wordt aangesproken. Helemaal juist. Maar het hangt ook erg af van de groep waarin je verkeert. Als je het niet zeker weet kies dan altijd de veilige weg en tutoyeer niet totdat je gesprekspartner dit zelf voorstelt.

16. Elites. Wat ik hiermee zeggen wil is dat de Franse maatschappij enorm hiërarchisch is. Er zijn elites met strenge gedragscodes, veel meer dan in Nederland. Als je een misser maakt (en dat is vrijwel onvermijdelijk) dan kunnen de Fransen je keihard onderuit halen. Als goedwillende en in valsheid ongetrainde Nederlander is er geen manier om je hiertegen te wapenen. Accepteer ’t en ga verder met je leven.

17. Wil je iemand beter leren kennen nodig deze dan uit voor een aperitif (’s-avonds). Gaat de relatie wat verder dan kun je iemand uitnodigen ‘à la bonne franquette’. Dit betekent een eenvoudige maaltijd (repas) waar alles mogelijk is. De beste dag voor ’n lunch is zaterdag. Een aperitief kan de hele week door, behalve op zondag (dit is de familiedag bij uitstek).

18. Plan je afspraken niet weken van tevoren en wees ook niet te stipt met de tijd. Het beste is iemand een paar dagen van tevoren uit te nodigen, per telefoon of rechtstreeks. Ik heb dit al vaker gezegd maar ik herhaal het nog maar eens: de beste tijd om een Fransman te bellen of even iets te melden is ’s-morgens vroeg (tenzij ze op hun werk zijn) of tussen 18h en 19h (het moment waarop de meeste Fransen zich voorbereiden voor ‘le repas du soir’). Ga in ieder geval nooit op bezoek tussen twaalf en twee!

19. Kinderen. Kinderfeestjes worden vrijwel zonder uitzondering gepland op woensdag- of zaterdagmiddag vanaf 14h. De meeste feestjes hier zijn gewoon thuis, de kinderen spelen spelletjes, kijken een video of spelen samen op de computer. Geen zorg, laat ze lekker keutelen en spelen op de kamers van je kinderen. Heerlijk, nooit meer pretparken. Als kinderen komen spelen dan is het hier gebruikelijk om ze uit te nodigen na school (‘après la classe’). De school gaat uit om 16h30 en het kind blijft meestal tot ’n uur of zeven.

20. Tot besluit wil ik zeggen dat de beste houding een afwachtende is. Doe je best, wees positief en volhardend en vergeef jezelf je fouten. Lopen hebben we immers allemaal geleerd door vallen en opstaan.

21. Laat hagedissen met rust

geplaatst door Maartje Heymans om 23:32  |  stuur een bericht

Volgende tekst ( 23 dec ) - Vorige tekst ( 12 sep )

 

Home

Intro

Tips

Columns

Videos

Galerie

Links

Contact (e-mail)


 
November 2010
- 11 november

 

2010

December
November
September
Juni
Maart
Februari
Januari

2013 (1)
2012 (3)
2011 (2)
2010 (9)
2009 (15)
2008 (14)
2007 (14)
2006 (32)
 
Frans schoolsysteem bijgewerkt
Franse uitdrukkingen bijgewerkt