rocherouge

alles over onze emigratie naar Frankrijk

NL
EN
 

Maandag 4 December 2006

Un sacré boulot (Een zware klus)

Zoals een van de lezers het treffend uitdrukte: “aan de spaarzame nieuwe columns te zien hebben jullie het in ieder geval nog aardig druk”, en zo is het. Nu het Windows Vista boek af is kunnen Ruud en ik even twee weken onafgebroken in het huis werken, daarna is het klussen even voorbij omdat we weer aan het volgende boek moeten beginnen dat half januari moet af zijn. In de tussentijd gaan we ook nog even naar Nederland en eind januari is de huur van het appartement opgezegd dus, ja, we hebben het druk.

Ruud met een boor, glup…

Even alles op ´n rijtje. Omdat de elektra-specialisten in dit deel van Frankrijk allemaal overwerkt zijn (al die kerstverlichting ook…) heeft Ruud besloten de elektra zelf aan te leggen. Ik heb er nooit aan getwijfeld dat hij het kan en ik begrijp ook niet hoe hij ooit op het onzalige idee is gekomen het uit te besteden.

Mooi hè, heeft Ruud gemaakt, helemaal alleen. Wat ´n rare foto eigenlijk, in ´t echt zag ´t er heel anders uit.

Hoe dan ook, hij is nu een week bezig en het gaat geweldig: hij is nog maar een keer geëlektrocuteerd, de sous-sol (zeg maar kelderruimte) is klaar en hij is nu opgestegen naar de woonverdieping. Daar wordt gehakt, gefrased, gebeiteld en alles, alles, zelfs poessie onze huiskat, zit onder een laag rood stof.

Ruud zegt dat hij net een Klingon lijkt, zo vaak heeft hij z´n kop gestoten.

Soms heb ik zin om haar effe lekker af te stoffen met onze gloednieuwe alleseter Thomas (een professionele stofzuiger die in dit permanente stofnest een absolute must is) maar ik ben bang dat ´t haar teveel wordt. Het valt immers niet mee zo`n emigratie, nee, zelfs niet voor een straatkat uit de Beverwaard.

Je vraagt je af, hoe verloopt nou zo´n dag. Nou, zoals je op de foto kunt zien is het hier echt verschrikkelijk. Ik bedoel, er komt maar geen einde aan het voorjaarsachtige najaarsweer en soms móeten we tussen het klussen door even koffie drinken met een patte d´ours (berenpoot), een soort roombroodje maar dan Frans en berevers. Nee, het is hier niet te harden, ik denk dat ik maar terugga.

Gaat ze dus effe expres met haar kop voor de lens zitten om die prachtige foto van mij te verpesten.

Ik heb een ontzettende hekel aan het woord klussen. Het doet me zo denken aan de gammele schuttingen van de Gamma waar de Beverwaard zo vol mee stond, of de zelfgemaakte keukens waarin geen deurtje recht zit.

De moeder van Ruud nu nog vol goede moed bezig met afkrabben van verf van de ruitjes, maar na 32 ruitjes wil je wel ´s wat anders. Oude vloeren dweilen bijvoorbeeld, of een onmogelijk gore wc-pot schoonmaken, of kilometers behang van de muren schrapen. Heerlijk.

Ik heb liever een ander woord, bijvoorbeeld zwoegen, ploeteren of ploegen. Ik bedoel, het is heus geen feest om tientallen ruitjes in te zetten en met van die ellendig kleine spijkertjes vast te nagelen, of om ramen dicht te kitten met stopverf of om oude stopcontacten van de muren de schroeven of om de vernis van de trapleuning te krabben. Het is zwaar werk. Mannenwerk.

Leuk, elektrische bedrading en contactdozen verwijderen!

Maar tussen al het rotwerk door zijn er dingen die je plezier geven. Ik kan me herinneren dat Jitze een soort orgastisch genoegen beleefde aan het restaureren van een deurtje en ik dacht toen, Jezus, die man heeft hulp nodig…

Maar ik begrijp het nu iets beter. Ik bedoel, ´s-morgens denk je… come on, effe dat deurtje schuren, gewoon die oude verf eraf en dan hop! de nieuwe durop. Maar naarmate er meer hout vanonder de kakkleurige verflaag tevoorschijn komt krijg je zin om de rest ook weg te halen. En zo gaat dat maar door totdat je een prachtig glad deurtje hebt.

Hoewel we elkaars bloed na drie weken wel konden drinken moet ik zeggen dat dit gezamenlijke project (Jitze de deurtjes, ik de rest) vruchten heeft afgeworpen.

Ik heb spierpijn in m´n armen van het schuren en het vordert. Ik weet inmiddels alles van afbijten (au, au), schuurmachientjes en mijn grote favoriet: de bandschuurmachine, een niet te grof bandje erop en de verfklodders van de vorige klusser verdwijnen als sneeuw voor de zon. Af en toe neem ik ´n stukje parket mee, ja, volgens alle kluspauzen ter wereld moet “…DE VLOER OP ´T LAATST!”. Maar ik doe ´t lekker toch, iedere keer ´n stukje, totdat je ineens denkt: verrek, heeft ze toch die vloer geschuurd en dan is ´t te laat.

De prachtige parketvloer op de slaapkamerverdieping.

Maar goed, hoewel het gevoel van heimwee mij nog niet wil verlaten ben ik blij dat we dit huis gekozen hebben, deze locatie, dit land, dat we onze wil gevolgd hebben en niet onze angst. Vooral wanneer ik het appartement verlaat en naar ons huis 500 meter verderop fiets. De avenue st. Côme gaat bergopwaarts richting st. Côme en ergens, halverwege ligt ons huis. Rechts de rivier de Lot waarachter de groene heuvels met de eendenfarm. Links de rode rots waarop ons huis gebouwd is en daartussen de gele route nationale waar 70 km gereden mag worden.

We hebben een grote tuin (1200 m2). In Nederland moet je crimineel zijn om zoveel grond te hebben, maar hier ligt het voor het grijpen. Het is geweldig om kippen te houden of konijnen of zelfs schapen. Pour manger! Naturellement. Aldus de buurvrouw. Maar Flappie dan… u weet wel, Joep van ´t Hek.

Qui? Houpantek? Ik kan maar niet wennen aan de Franse gewoonte om in alles dat beweegt - behalve schoothondjes die iedere week naar de kapper gaan - iets eetbaars te zien.

Maar goed, de achtertuin is het domein van aardwormen, insecten en vogels. Ik heb er onlangs de eeuwige rust verstoord met het rooien van tientallen bramenstruiken. In een stadstuintje lijkt dat heel wat, maar op een terrein van 20x30 meter zijn er dan nog minstens drieduizend bramenstruiken over. Genoeg plaats in ieder geval voor allerlei dieren en dingen om te schuilen.

Bramenstruiken… ik begin ze te haten. Mijn broer waarschuwde me al, die heeft namelijk 7000 m2 met van die ' ik blijf lekker aan je broek hangen ' - plantjes.

Bij het afbikken van de centimeters hoge aardwal op de traptreden naar de achtertuin vond ik een monsterachtige aardworm die minstens honderd jaar onder de grond moet hebben gezeten. Hij was zo´n anderhalve centimeter in doorsnede en 20 centimeter lang. Ik heb hem bij het voormalige hondenhok gelegd waar hij lekker verder kan zompen.

De trap naar de achtertuin.

De aarde in de tuin is rood. Stop je er een zaadje in dan verschijnt een week later een plantje boven de grond. De vader van Ruud begon anderhalve maand geleden verwoed in de tuin te schoffelen en voerde in het Nederlands geheimzinnige gesprekken met de buurman, die dan weer in het Frans antwoordde. We stonden erbij en keken ernaar. Want, terwijl ik na jarenlange voorbereiding nog steeds geen drie zinnen ongebroken Frans kan spreken, lijken deze oermannen niet gehinderd te worden door taal- of cultuurbarrières.

Het kloppend hart van ´t huis: de keuken.

Na twee weken ploegen, planten en tientallen allergische bulten met een onstilbare jeuk besloot hij geen poot meer in die vervloekte tuin te zetten. Op ´n ochtend heeft hij op een aarden wal achter het huis van golfplaten een reusachtige vuurton gemaakt waarin al het tuinafval werd verbrand.

Bramenstruiken, ja. Maar ook damesschoenen, kanten ondergoed, harige kleedjes, lege bierblikjes, tientallen handgeblazen flessen, dierenresten in plastic zakken, en al het andere dat onder de grond vandaan kwam.

Enfin, eerst dit huis afmaken en dan kom ik terug naar Nederland, ik beloof ´t. Ik hoop wel dat ze tegen die tijd een plaatsje voor ons hebben in een rusthuis.

Ploeteren en zwoegen, daar houd ik niet van

geplaatst door Maartje Heymans om 01:25  |  stuur een bericht

Volgende tekst ( 07 jan ) - Vorige tekst ( nov 16 )

 

Home

Intro

Tips

Columns

Videos

Galerie

Links

Contact (e-mail)


 
December 2006
- Sacré Boulot

 

2006

December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei

2013
2012 (3)
2011 (2)
2010 (9)
2009 (15)
2008 (14)
2007 (15)
2006 (32)

 

Intro bijgewerkt       Brood
Franse uitdrukkingen bijgewerkt