rocherouge

alles over onze emigratie naar Frankrijk

NL
EN
 

maandag, 29 maart 2010

Een vreemde vakantie

Aan onze emigratie naar Frankrijk ging een jarenlange voorbereiding vooraf. In 1994 begonnen we het onmogelijk grote maandblad ‘Huis & aanbod’ te kopen waarin toen nog veel spannende huizen te koop werden aangeboden voor 50.000 gulden, zeg 23.000 euro. Toendertijd besloten we ook ons verder te bekwamen in het schrijversvak om voor onze inkomsten niet meer gebonden te zijn aan Nederland. En we planden onze vakanties buiten het zomerseizoen en op ongebruikelijke locaties om het ware gezicht van Frankrijk te leren kennen. Inmiddels is me wel duidelijk dat dit totaal geen zin heeft, er is namelijk maar één manier om Frankrijk te leren kennen en dat is er te wonen. Maar dat wisten we toen nog niet.

een vreemde vakantie  

En zo boekten we in december 2003 voor twee weken een gîte op een biologische boerderij in het Franse departement Gard, nabij het Cirque de Navacelles , een drooggevallen kronkel in de rivier de Vis. Het Cirque de Navacelles ligt op het kalkplateau ‘Causse de Blandas’ dat op sommige plaatsen wel 1000 meter hoog is. Op die hoogte is het weer alleen op de heetste dagen aangenaam.  

Het woord ‘causse’ komt van het Occitaanse woord ‘caous’ of ‘chaux’ (kalk) of specifieker: ‘hoge aarde geïsoleerd door diepe, natuurlijke verschansingen’. De Nederlandse vertaling van ‘causse’ is kalkplateau. De 657 kalkplateaus, in hoogte variërend van 400 tot 1200 meter, liggen in het Centraal Massief en worden in het noord-westen begrensd door de bergen van de Limousin en de Périgord, en in het oosten door de Aubrac en de Cevennen. Het overgrote deel van de kalkplateaus ligt in de departementen Aveyron, Lozère en Gard.

De Causse de Blandas (bron: wikipedia)

De kalkplateaus vormen een wereld op zich. Ik ben er dol op. De Causse de Blandas in het departement Gard is een dor en desolaat gebied bezaaid met keien en grillige rotsformaties. De begroeiing bestaat veelal uit jeneverbesstruiken, buxus en distels waarvan La Grande Carline (Cardoule of Cardabelle) bij veel mensen bekend is.  

Cardabelle (bron: wikipedia)

In de zomer is het er heet en droog en in de winter windering en koud. Ik herinner me ijsblauwe luchten, rotsachtige landschappen met bonkige struikjes die heen en weer schudden in de wind, loslopende honden en verlaten boerderijen. In de zomermaanden wordt het gebied overspoeld door wandel-, fiets- en vogeltoeristen maar in de winter is er alleen de lokale bevolking en dat is niet veel.

De Causse de Blandas

De boerderij op de Causse de Blandas werd bewoond door ’n jong echtpaar uit Parijs met twee peuters in de leeftijd van onze kinderen, destijds 4 en 1 jaar oud. Hij was biologische schapenhoeder en zij maakte vlees en jam in en deed die in wekpotten om ze in de zomer te verkopen.  

De boerderij stond te midden van een paar andere boerderijen die vroeger door een hele familie bewoond was geweest. Nu woonden er alleen nog Parijzenaars die nauwelijks contact met elkaar hadden. Op korte afstand van de boerderij stond een perzikkleurige vakantiewoning waar ´n stel jagers vakantie vierden. De jacht begon vaak al ´s-morgens vroeg op het terrein van onze gastheer. Hij kon ze niet tegenhouden omdat hij bij de koop van de boerderij vergeten was bezwaar te maken tegen voortzetting van het jaagrecht.  

Tot dat moment dacht ik dat er niets mooiers was dan het leven in een oude vervallen boerderij op het Zuid-Franse platteland. Maar gaandeweg werd mij duidelijk dat er niets romantisch is aan een familie in constante geldnood, kou, modder en troep en het allerergste: eenzaamheid. Tegen de eenzaamheid op het Franse platteland is geen kruid gewassen. Denk maar niet dat je alles in de zomer wel weer inhaalt, want na drie weken eenzame opsluiting met niets anders dan schapen en je gezin pleeg je een moord om ’n dag in Den Helder te mogen winkelen. Ik noem maar wat. En dit is nog maar een dwarsdoorsnee van het leven dat de meeste emigranten in Frankrijk leiden. Op de Causse de Blandas was meer mis dan ik op het eerste gezicht kon waarnemen.

Ons vakantiehuisje

Wanneer ik ’s-morgens naar buiten keek was de hemel meestal blauw en de zon scheen. Maar buiten waaide onafgebroken een gure wind, de bomen waren kaal en het enige leven was een loslopende stier en een kudde schapen die werden bewaakt door twee grote, langharige, witte honden, patou geheten, een hondenras uit de Pyreneeën. De honden groeien vanaf puppie op tussen de schapen zodat ze op ´n gegeven moment gaan geloven dat ze zelf ´n schaap zijn en in die hoedanigheid beschermen ze de kudde tegen vossen en wilde honden.  

Het gezin maakte ´n ongelukkige indruk. Philippe was ’n norse kerel met ’n bleke huid, korte, zwarte haren en een stoppelbaard. Hij droeg meestal een zwarte vetjas met spijkerbroek en groene rubberlaarzen. Iedere middag strompelde hij in ’n wolk van sombere gedachten naar de schapenweide verderop terwijl z’n vrouw zich in de kleine, donkere boerderij terugtrok met de kinderen. Wat ze daar deed weet ik niet, er was geen tv, geen radio en er kwam geen bezoek.  

Een keer zijn we binnen geweest. Beneden was ´n stal die afgesloten was. Een gammele trap leidde naar boven, naar de woonkamer. Een piepkleine ruimte met een klein raam links bovenin, brede, eikenhouten planken op de vloer en een grote granieten open haard. De slaapkamers van de kinderen waren verduisterd. Er lagen matrassen op de grond en hoopjes dekens. Links van de woonkamer was ’n ruimte die ik niet kan benoemen. Er lagen tegels op de vloer en er stond een tafel. Het was er donker evenals in de rest van het huis.  

De biologische schapenteelt bracht nauwelijks iets op en dus zou het gezin in de zomer drie maanden in een tent doorbrengen zodat ze hun woning konden verhuren. Ik probeerde me voor te stellen hoe 'n stel Engelse toeristen van het ergste soort je huis bezet terwijl jij met je gezin in de achtertuin mag kamperen. Een normaal mens zou het gezelschap binnen 'n dag het huis uitschoppen, maar in je wanhoop kun je vreemde dingen doen.  

Hoe dan ook, de gîte die wij huurden was primitief. Er zat ´n dak op en er waren kamers met zesde hands meubels. Het had eerlijk gezegd meer van ’n opgelapt kippenhok dan van ‘nwee kleine slaapkamers en ‘n badkamer, dat was al. Ons bed zakte zo door dat we het stutten met honderden exemplaren van het maandblad National Geographics die in de boekenkast stonden. De enige luxe was de badkamer met een 400 liter ballon electrique waar we op ieder moment van de dag gratis gebruik van konden maken. En dat deden we dan ook want de enige verwarming was een elektrisch kacheltje in onze slaapkamer dat nauwelijks warmte gaf. Er was geen tv en geen radio. Gelukkig hadden we de computer bij ons zodat de kinderen daarop dvd’s konden kijken. Die kochten we bij de Super U in Le Vigan enkele kilometers verderop. Op de weg erheen namen we vaak een bejaarde dame mee die liftend naar Le Vigan ging om daar sigaretten te kopen.

We kijken naar een dvd op de laptop in onze slaapkamer

Tijdens deze vakantie had ik kinkhoest. Dat wist ik op dat moment nog niet, maar in januari 2004 maakte de GGD Rotterdam bekend dat er een kinkhoest epidemie in Zuid-Holland heerste en wij bleken allen besmet. Ik was er het ergste aan toe. Ik kon nauwelijks praten omdat ik onophoudelijk hoestte, een vervelende kriebelhoest onderin m´n longen die me geen moment met rust liet. Het ergste waren de ochtenden. Ik hoestte dan een half uur lang tot brakens toe de longen uit m’n lijf. Het deed ontzettend veel pijn. Ik was doodziek, maar de huisarts in Nederland hield vol: just a verkoudheid mevrouw, just a verkoudheid.

Omdat het zo koud was en er in de wijde omtrek niets te beleven viel gingen we iedere avond om negen uur naar bed. Ruud en ik werkten ons dan door de exemplaren van de National Geographics heen die soms wel twintig jaar oud waren. En ik probeerde de Franse krant te lezen wat toen nog erg moeilijk voor me was.  

Kerstnacht 2003 was een ijskoude en heldere nacht. Aan de hemel schitterden miljarden sterren. Rondom het huis hingen gekleurde feestlampjes die dag en nacht brandden. Het gezin was voor de kerstdagen afgereisd naar familie in Parijs.

De voordeur van ons huisje lag bovenaan een stenen trap. Wanneer je de voordeur opendeed zag je een wit geschilderde deur die altijd gesloten was. Daarnaast een spiegel met een dekenkist. Rechts van de voordeur was het keukentje. En dan een gang waar links de badkamer en de kinder slaapkamer lagen. Onze slaapkamer lag aan het einde van de gang aan de voorzijde van het huis. De kinder slaapkamer lag dus dichterbij de voordeur dan onze kamer. Dat gaf me een onprettig gevoel. Onze dochter sliep nog in een kinderbedje en onze zoon van vier lag in een groot eenpersoonsbed. Ik liet iedere nacht het badkamerlicht aan zodat we in de donkere nacht de wc konden vinden. Soms sliep ik bij de kinderen omdat ik het zo eenzaam voor ze vond zo ver weg van ons.

Maar op kerstnacht sliep ik bij Ruud in bed. We waren weer vroeg gaan slapen. Omdat het buiten zo ontzettend stil was kon ik met moeite in slaap komen. Er waren geen vogelgeluiden, geen blaffende honden, geen auto´s. Alleen het geluid van de wind en de kerstlampjes die zachtjes heen en weer wiegden. Het licht van de volle maan wierp naargeestige schaduwen op de muur rechts van mij. Maar ik stelde mezelf gerust met de gedachte dat ik op kerstochtend gewekt zou worden door het heldere ochtendlicht en een paar uitgelaten peuters, dus niets om me zorgen over te maken.

Midden in de nacht werd ik wakker. Ik keek op de klok. Het was twee uur dertig. Het licht in de badkamer brandde. Er liep iemand op de gang. Het klonk als een oude man die zwaar en moeilijk ademde. Hij sleepte zich voort over de tegelvloer in de gang. Het leek of aan een van z´n benen een zware ketting bevestigd zat zodat hij zich met moeite voortbewoog. Ik lag verstijfd op m’n rug en staarde met wijd open ogen naar het plafond. Ik wilde Ruud wakker maken maar ik kon me niet bewegen. Het licht van de feestlampjes buiten scheen door het kleine raam. Het badkamerlicht brandde nog steeds. De man naderde met steeds luider wordend ketting gerammel onze kamer. Ik opende m´n mond en probeerde te gillen maar er kwam niets uit. Het leek ´n nachtmerrie maar ´t was echt.

Plotseling hoorde ik ´n harde klap. Alle lichten vielen uit, het licht in de badkamer, de feestlichtjes buiten en de eenzame lantarenpaal verderop. Ik lag verstijfd op m´n rug en staarde nog steeds met wijd open ogen in het donker naar het plafond. Buiten scheen het licht van de volle maan. Het geluid van de zuchtende man met de kettingen was verdwenen. De stilte was ijzingwekkend.  

Ik dacht aan m’n kinderen die alleen in het donkere kamertje naast ons lagen. Ik probeerde Ruud wakker te schudden, maar die mompelde iets onverstaanbaars en draaide zich met luid gesmak om. Ik kroop het bed uit en sloop de donkere gang in, langs de kinderkamer naar de badkamer. Ik drukte de lichtschakelaar in en het licht floepte aan. Wonderlijk.

Buitenaardse wezens, magnetiseurs, channelers, helderzienden, helderhorenden, handlezers, pendelaars, goochelaars en noem maar op hebben geen klant aan mij. Ik geloof niet in spoken en goocheltrucs vind ik niet leuk. Maar wie liep er over de gang in ons onplezierige vakantiehuisje en wat veroorzaakte op hetzelfde moment een kortsluiting die geen kortsluiting was? Je zou kunnen denken dat ik bevangen was door de koorts, maar die had ik niet. De feestverlichting buiten heeft vanaf dat moment tot het einde van onze vakantie niet meer gebrand terwijl ik het badkamerlicht een paar tellen later weer kon gebruiken. De feiten op zich waren te verklaren geweest, maar niet de toevallige samenloop van gebeurtenissen in die kerstnacht van 2003. Voor een onbevlekte ontvangenis was het te laat en ik was te onbetekenend voor een Engels kerstverhaal. Het is gewoon een van die raadselen waarmee ik zal moeten leren leven.

Ebenezer Scrooge ontmoet de geest van Jacob Marley

Ik vertelde dit verhaal nog 's uitgebreid aan m'n kinderen en m'n dochter zei meteen: "Ik weet welk spook 't is mama, wacht even." Even later kwam ze terug met de Larousse 'Monstres et Dragons', een fantastisch boek met prachtig geïllustreerde verhalen over de bekendste monsters en spoken ter wereld. "Kijk, dit is-ie." Ze toonde mij een afbeelding van 'Le fantôme porteur de chaîne. Un criminel condamné à errer pour l'éternité. Il hante le lieu de son crime." Een treffender gelijkenis had ik zelf niet kunnen vinden. IJzingwekkend voor mij, maar onze kinderen die sinds jaar en dag leven met Sinterklaas, de Kerstman, de Paashaas en de Tandenfee worden niet meer warm of koud van een spook meer of minder.

Hebben ze alle klokken een uur vooruitgezet, die zijn tijdgestoord !

geplaatst door Maartje Heymans om 23:42  |  stuur een bericht

Volgende tekst ( 21jun ) - Vorige tekst ( 14 feb )

 

Home

Intro

Tips

Columns

Videos

Galerie

Links

Contact (e-mail)


 
Februari 2010
- Videoblog 4

 

2010

December
November
September
Juni
Maart
Februari
Januari

2013 (1)
2012 (3)
2011 (2)
2010 (9)
2009 (15)
2008 (14)
2007 (14)
2006 (32)
 
Frans schoolsysteem bijgewerkt
Franse uitdrukkingen bijgewerkt